16
MAY
2017

Het Goud van Winschoten

Job en Esther wonen met hun ouders in Winschoten. Job ontdekt dat hij via de muur in zijn huis terug kan gaan naar het verleden, naar het Winschoten van 1935 met zijn grote joodse gemeenschap. Hij komt terecht bij een bijzonder echtpaar, de joodse fotograaf Jacob en zijn vrouw Sara. Door de ogen van Job zien we het leven van deze mensen. Uiteindelijk besluit Job zijn geheim te delen met zijn zus, omdat hij wil weten of het echt is wat hij ziet. En volgens zijn zus heb je voor de waarheid tenminste twee personen nodig.

Het Goud van Winschoten laat het verschil tussen het leven en de opvattingen van toen en het leven van deze kinderen en hun ouders nu zien. Ook zal het tragische lot van de joden in de Tweede Wereldoorlog in dit stuk een plek hebben, niet direct getoond, maar als dreiging waar het joodse echtpaar mee te maken krijgt en waarvan de kinderen hun joodse vrienden willen redden. Maar of hen dat gaat lukken…
Het Goud van Winschoten wordt gespeeld in de oude Phaff-fabriek in Winschoten.

Theater De Citadel wil een voorstelling maken over joden in het algemeen en de joodse gemeenschappen van Noord Nederland in het bijzonder, om kinderen te vertellen over dit verleden en hen te waarschuwen voor wat er kan gebeuren als een minderheid uitgestoten wordt. Ondanks het zware thema is de toon van de voorstelling warm en vaak zeer geestig, vooral door de tegenstellingen tussen het leven in 1935 en het leven nu.

De joden van Winschoten
Al vanaf de zeventiende eeuw vestigden zich veel joden in de stad Winschoten, vanouds een belangrijk handelscentrum. Aanvankelijk bleef de joodse gemeenschap op zichzelf, met een eigen Jiddische taal, de eigen religieuze gemeente en eigen onderwijs. Eind achttiende eeuw kregen de joden dezelfde rechten als de Nederlanders. In de negentiende eeuw werd van overheidswege geprobeerd de joden te integreren, door het Nederlands verplicht te stellen en het gebruik van het Jiddisch als spreektaal te verbieden. Toch zijn er veel jiddische uitdrukkingen in het Nederlands en vooral in Noord – Groningen overgebleven. Zo werden de joden een algemeen geaccepteerde minderheid met een duidelijke maatschappelijke functie. Joodse mensen woonden naast de christelijke inwoners van Winschoten en zaten naast de christenen in de klas op school. Joden zaten in de gemeenteraad, bij de plaatselijke toneelvereniging. En christenen op hun beurt deden boodschappen bij de joodse winkeliers. De joodse gemeenschap had wel haar eigen synagoge en begraafplaats.

Op die begraafplaats vindt men nu een gedenksteen voor de 446 joden die door de Duitsers vanaf 1942 zijn afgevoerd en vermoord, waardoor er een einde kwam aan tweehonderdvijftig jaar joods leven in Winschoten.

In het Winschoten van vandaag herinnert niets meer aan de joodse gemeenschap van vroeger, behalve een monument bij de synagoge, waar tegenwoordig een winkel gevestigd is, en het monument op de begraafplaats…